Diary: May 28, 2026
Daar is ie weer, mijn grote vriend. Ik kijk achterom en ik zie hoe hij me achtervolgt. Die scherpe veroordelende blik, de gitzwarte wolk die hem omgeeft. Hij komt dichterbij en reikt naar me uit. Ik voel hoe hij me inhaalt, hoe hij zich langzaam nestelt in mijn lijf, in mijn hoofd en in mijn zijn. Hoe hard ik ook werk, hoe bezig ik ook blijf en hoe snel ik ook ren, hij vindt me altijd. Ik vecht om ervoor te zorgen dat hij me niet overneemt, dat hij niet wint. Ik erger me aan zijn triomfantelijkheid. “Zie je wel”zegt hij tegen me. ”Je stelt niets voor, ze zitten echt niet op jou te wachten.” Hij lacht er smalend bij, met zijn lelijke grijns. Zijn woorden nestelen zich in mijn hoofd, net zolang totdat ik het zelf geloof. Inderdaad, niemand zit op mij te wachten. Als hij het zegt, zal dat wel zo zijn. Mijn zwarte vriend heeft namelijk altijd gelijk en duldt al helemaal geen tegenspraak. Hand in hand lopen we verder en ik weet dat hij de komende dagen mijn metgezel zal zijn. Vechten heeft geen zin, dat heb ik inmiddels wel geleerd…